Navigatiesysteem

En Jona ging op reis, maar niet naar Nineve. Hij wilde naar Tarsis vluchten, zo ver mogelijk bij de Heer vandaan. Jona kwam in de haven van Jafo. Daar vond hij een schip dat naar Tarsis zou varen. Hij betaalde voor de reis, en ging mee naar Tarsis. Zo ver mogelijk bij de Heer vandaan.

Jona 1:3

God heeft een plan voor elk van ons. Meestal zien wij pas achteraf wat dit plan was voor ons.

Laten we het ons als volgt voorstellen. We zijn op weg in onze levensauto. We kunnen gaan waar we willen. Niemand verteld ons waar we heen moeten gaan. We kiezen zelf ons pad. Soms gaat het mis, dan kunnen we enkel onszelf de schuld geven.

Maar gelukkig zit in de auto ook een navigatiesysteem. Dit kan helpen om via de beste weg op de juiste bestemming aan te komen. Het is echter ook mogelijk om te negeren wat de navigatie zegt. Of om het geluid uit te zetten.

Zo is het ook met mensen. Wie God niet kent heeft de navigatie uit staan en heeft geen idee dat er een plan is; een doel om te bereiken; een weg naar de juiste bestemming toe. Bij wie God wel kent staat de navigatie aan. Soms maar heel zacht of krakend, dan is moeilijk te verstaan waar je naar toe moet. Soms is de navigatie helder en duidelijk. Jona kreeg een duidelijke opdracht, echter koos hij er voor om toch de andere kant op te gaan. Met de storm op zee, zei de navigatie: “Indien mogelijk, keer om”. Toen Jona in de buik van de vis zat heeft Hij gekozen om toch Gods wil te gaan doen. Hierop werd een “nieuwe route” berekend en kwam Jona alsnog op zijn bestemming aan.

Soms krijgen we een duidelijke opdracht, soms wordt een opdracht meerdere keren herhaald. Dan hoor je eerst “over 2 kilometer, neem de afslag”, en als je dan dichterbij komt hoor je het nog een paar keer. Tot op het laatste moment krijg je dan de richting aangegeven. Maar de navigatie neemt zelf niet de afslag. Dit is iets wat wij zelf moeten doen. Wij hebben een vrije wil gekregen en zijn daarmee ook zelf verantwoordelijk voor onze keuzes. Zo zijn er mensen die de navigatie aanzetten en dan het geluid uit zetten. Deze mensen hebben Jezus aangenomen als redder maar luisteren verder niet naar wat Hij van ze vraagt. Er zijn ook mensen die wel wat horen van de navigatie, maar waarbij niet helemaal duidelijk is wat er gezegd wordt. Dit is de meest voorkomende situatie. Je kan dan iets horen of een teken krijgen en toch twijfelen of je de betekenis goed hebt begrepen. Als je hoort “Sla nu links af”, bedoelt God dan de volgende straat of gelijk hier door de bosjes? Er zijn ook mensen die God horen zoals Jona God hoorde, met duidelijke taal. Hier zijn er maar weinig van, maar ze zijn er zeker.

Belangrijk om te beseffen is dat God niet alleen woorden tot ons kan spreken. Het komt vaker voor dat God spreekt door tekens (daden zeggen immers meer dan woorden?).

Zo is er een bekend verhaald over iemand die de zee in liep. Er kwam een man op een surfplank naar hem toe en zei: “kom mee, anders verdrink je straks nog”, waarop de eerste man antwoorde: “Dat is niet nodig, mijn God zal voor mij zorgen”. Toen het water wat dieper werd kwam een man in een roeiboot naar de eerste man toe. Dezelfde woordenwisseling volgde weer. Nog wat later gebeurde hetzelfde met een schip van de reddingsbrigade. Uiteindelijke verdronk de man. In de hemel vroeg hij aan God: “Waarom heeft u zich niet om mij bekommerd?”. Waarop God de man antwoorde “Ik heb 3 mannen naar je gestuurd om je te helpen, maar je hebt elke keer de hulp geweigerd”.

De navigatie van de man gaf tot 3 keer toe aan dat hij moest om keren, wat de man tot 3 keer toe weigerde. Is het dan Gods schuld dat de man verdronken is of heeft de man dit aan zichzelf te danken?

Zo kan het ons ook vergaan. Soms krijgen we een tweede kans zoals Jona, soms als we stug ons eigen pad blijven kiezen krijgen we vervelende situaties zoals de man die verdronk ondanks alle hulp die geboden werd. Wij hebben altijd de keuze om te doen wat gevraagd wordt of om zelf te blijven bepalen wat we doen. En mocht je nog niet helder hebben wat van jou gevraagd wordt, vraag dan aan God om helderheid of een teken. En houd dan ook je oren en ogen goed open. Het kan een kans zijn die voorbij komt en waar je gebruik van mag maken. Het kan ook een gespreksonderwerp zijn wat toevallig voorbij komt en waar jij iets voor een ander mag betekenen.

Kortom: houd je oren en ogen goed open; God spreekt! Het enige wat wij moeten doen is goed luisteren en dat doen wat gevraagd wordt. Dan zorgt God dat wij via de beste weg op de juiste bestemming aankomen.

De goede huiseigenaar

Een herdersknecht laat de schapen in de steek zodra hij een wolf ziet aankomen. Want hij is de herder niet. De schapen zijn niet van hem. De wolf pakt er één en jaagt de andere uiteen.

Johannes 10:12

In Johannes 1-:11-16 legt Jezus uit hoe hij voor zijn volgelingen wil zorgen. Hiervoor gebruikt hij een gelijkenis waarbij Hij dan de goede herder is en de volgelingen de schapen.

Tegenwoordig zou je dit kunnen vergelijken met iemand die een huis huurt, of iemand die een huis heeft gekocht. Een huurder zal zich doorgaans niet zo druk maken over de lange termijn van het huis. Als er een kleine schade ontstaat waar de huurder niet direct last van heeft, zal hij dit ook niet snel aan gaan (laten) pakken. Een huiseigenaar daarentegen zal meer geneigd zijn om ook kleine zaken direct aan te pakken, en hij zal ook de lange termijn op het oog houden. Bijvoorbeeld door met een verbouwing de waarde van het huis te verhogen.

Op zo een manier is Jezus de eigenaar van ons leven. Hij heeft de lange termijn met ons voor ogen, en als we kleine gebreken hebben, zal Hij niet wachten met onderhoud. Zoals de eigenaar het huis in top conditie wil houden en de waarde wil verhogen als dit kan; zo wil ook Jezus ons in topvorm houden en ook ons laten groeien zodat we van grotere waarde worden voor Zijn koninkrijk. De eigenaar kent zijn huis door en door, hij weet precies waar de zwakke en sterke punten zitten. Zo kent ook Jezus ons door en door. Hij weet precies waar we wel goed in zijn en waar we minder goed in zijn.

Jezus kent ons dus door en door, Hij wil ons helpen om te groeien en denk juist aan de lange termijn (de eeuwigheid). We mogen daarom dus de sleutel van ons leven aan Hem afgeven, en erop vertrouwen dat Hij weet wat we nodig hebben en daarin ook zal voorzien.

Hij die dit goede werk door u begonnen is, zal het ook tot een goed einde brengen op de dag van Christus Jezus.

Filippenzen 1:6 (deels)

He who began a good work in you – Steve Green (With Lyrics) Philippians 1:6

Nederigheid

Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, en wie zichzelf vernederd zal verhoogd worden.

Lucas 14:11

In Lucas 14:7-11 geeft Jezus het volgende voorbeeld: Bij een feest kiezen gasten vaak het eerst de belangrijkste plekken. Het kan echter voorkomen dat er later een belangrijkere gast komt, dan kan je worden verzocht om een mindere plek in te nemen. Dan zal je beschaamd naar een minder goed plaats moeten gaan. Als je echter voor de slechtste plaats hebt gekozen kan de gastheer naar je toe komen om je een beter plaats aan te bieden. Daarmee wordt aan jou eer betoond. Nu komen we aan bij het stuk waar deze post mee begonnen is. Wie de minste plek kiest zal eer ontvangen, wie de belangrijkste plek wil, zal beschaamd worden.

Stel jezelf daarom altijd als minste op. Als je een discussie hebt en je kan het maar niet eens worden met de ander, wees dan de minste en geef de ander zijn zin. Als iemand wil voordringen in een rij, laat die persoon maar langs. Wat de ander doet is zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Onze verantwoordelijkheid is enkel voor wat wij doen. Zo kunnen wij als het goed is, herkend worden aan onze nederigheid. Omdat wij niet klagen wanneer iemand anders voordringt of op een andere manier ons benadeeld.

Mocht je in bepaalde gevallen niet zeker weten wat je moet doen, stel jezelf dan altijd de vraag: Is dit belangrijk? Is het een ramp als je net iets later aan de beurt bent? Is het onoverkomelijk om de ander gelijk te geven, ook al ben je niet overtuigd? Is het verschrikkelijk als je op een slechte plaats gaat zitten bij een feest? In deze gevallen is het antwoord: nee; dit zijn niet de zaken die belangrijk zijn in het leven. Aangezien er dus zaken zijn die minder belangrijk zijn, zo zijn er ook zaken die wel belangrijker zijn. Dit kan per persoon verschillen. Zo kan het bijvoorbeeld wel onoverkomelijk zijn wanneer een ander zich negatief uitlaat over zaken die voor jou veel waarde hebben (God, familie enz.). In die gevallen hoe je zeker niet toe te geven, hoewel je ook hier dan ervoor kan kiezen om afstand te nemen, om weg te lopen. Als een ander je bewust pijn willen doen, probeer die dan waar mogelijk te vermijden. Dan voorkom je dat de ander zondigt en hoef je zelf ook niet de pijn mee te maken; win-win.

Jezus zei deze woorden niet alleen, Hij leefde het ook. Zo zocht hij niet de belangstelling van anderen op, Hij wilde niet verhoogd worden. Maar aan de andere kant schaamde Hij zich ook niet voor zijn Vader. Als het ging om belangrijke zaken ging Hij wel tegen de Schriftgeleerden in discussie. In die gevallen ging het om belangrijke zaken. Op andere momenten zag je weer duidelijk dat Hij de minste wilde zijn. Zo waste Hij de voeten van zijn leerlingen, de meeste nederige houding die in die tijd bestond. Hij schikte zich ook naar de wil van zijn Vader door aan het kruis te sterven, ook al wilde Hij zelf dit liever niet door hoeven maken. En met Pasen zien we ook de uitwerking van de introtekst van deze post. Jezus die zichzelf had vernederd en zich had laten martelen en aan het kruis had laten nagelen werd daarna door God verhoogd en zit nu aan de rechterhand van God. Zo zal het ook gaan met elk van ons die zichzelf hier nederig opstelt en de minste is waar het om niet belangrijke zaken gaat.

Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.

Matteüs 20:16

Offers

Toen kwam er een arme weduwe die er twee koperen muntjes in liet vallen, ter waarde van een paar cent.

Marcus 12:42

In Marcus 12:41-44 kunnen we lezen hoe rijken veel geld als offer brengen in de geldkist in de tempel terwijl een arme weduwe er maar een paar muntjes van weinig waarde in laat vallen. Hieruit leert Jezus ons een belangrijke les. Het offer van de vrouw was groter dan dat van de rijken. Want waar de rijken uit overvloed gaven, gaf zij alles wat ze had.

Als God ons heeft voorzien van mogelijkheid om te werken mogen we de opbrengsten daarvan gebruiken om ons te voeden, maar ook om uit te delen. Ook als God ons elke dag maar net geeft wat we nodig hebben dan mogen we dat dankbaar aannemen. En als iemand die maar net voldoende krijgt, hier ook nog van uitdeelt, dan is dit een groter offer dan dat van alle anderen die uit overvloed delen.

Zo zal het makkelijker zijn om te delen van wat je op je spaarrekening hebt staan, dan wanneer je moet kiezen tussen het halve brood wat je hebt opeten, of hiervan nog uitdelen. Hiermee wil ik niet zeggen dat we allemaal maar sober moeten leven en alles moeten weggeven; we mogen immers de zegeningen die we hebben ontvangen ook aannemen. Maar ik wil vooral aangeven, dat als je overvloed hebt, je hier ook wat mee moet doen! Hou het niet allemaal voor jezelf. Je kan beter uit je overvloed delen of minder uitbundig gaan leven. Rijkdommen die je hier op aarde verzamelt, kan je niet meenemen wanneer je het aardse achter je laat.

Die weduwe had dat goed begrepen. Zij bouwde haar schatten in de hemel op, waar deze niet vergaan en niet geroofd kunnen worden. Maar wat moest ze dan eten, of waarmee moest ze zich kleden? Daarop vertrouwde ze op de Heer. Zoals God voor de vogels en planten zorgt zo zorgt Hij nog meer voor ons. Wij hoeven ons dus niet zorgen te maken over wat er morgen op ons bord ligt, of wat we aan moeten trekken. Zoals die weduwe volledig vertrouwen had op de Heer, zo mogen ook wij dit doen, door heel ons leven in Zijn handen te leggen.

Zolang er een christenen zijn die met overvloed gezegend worden, zouden er geen andere christenen moeten zijn die honger of dorst hebben. Want wat we voor de minste van onze broeders of zusters doen, dat hebben we voor Jezus zelf gedaan.

Klanken

Het is als met een fluit of citer. Als er geen verschil tussen de tonen is, hoe kan men dan horen welke melodie er wordt gespeeld?

1 Korintiërs 14:7

Spreken in vreemde klanken (ook wel tongen genoemd), er bestaan veel verschillende opvattingen over. Vandaag wil ik het hebben over wat Paulus hierover zegt in 1 Korintiërs 14:1-33. Ik zal hier steeds stukken uit aanhalen, maar raad je zeker aan om het geheel eens door te lezen.

In vers 2 staat dat spreken in klanken bedoeld is om met God te praten, niet om tegen elkaar te spreken. In vers 5 kunnen we lezen dat niet iedereen in klanken kan spreken. Zoals Paulus het zegt:

Ik zou wel willen dat jullie allemaal in vreemde klanken konden spreken. Maar ik zou nog veel liever willen dat jullie allemaal een boodschap van God konden vertellen. Want daar hebben ook de andere christenen iets aan. Als je in vreemde klanken spreekt, help je de andere christenen niet. Behalve als iemand kan uitleggen wat die klanken betekenen.

In vers 9 zegt Paulus hierop voortgaand het volgende:

Voor u geldt hetzelfde (zie vers 7 en 8): hoe moet men u begrijpen als u in overstaanbare klanken spreekt? Uw woorden verdwijnen in het niets.

Paulus vind het overigens niet erg dat je in klanken spreekt, maar dan moet er wel uitleg bij gegeven worden; zonder uitleg zijn het loze klanken. Ter illustratie geeft Paulus nog het volgende voorbeeld in vers 19:

Maar om in de gemeente anderen te onderwijzen gebruik ik liever een paar begrijpelijke woorden dan ontelbare in klanktaal.

Houd ook rekening met hen die nog niet bekeerd zijn. Zo staat in vers 23 t/m 25 duidelijk dat wanneer een vreemde binnenkomt en hij er niets van kan verstaan eerder zal denken dat die mensen gek zijn (die in klanktaal spreken). Echter wanneer er begrijpelijke woorden worden gesproken of wanneer de klanken wel worden uit gelegd, dan zal de vreemde kunnen inzien dat hij op een verkeerder manier geleefd heeft en kan hij zich bekeren.

Ik heb wel eens verhalen gehoord waar in een gemeenten meerdere mensen in een kring gingen staan en vervolgens allemaal in klanken gingen spreken. Nu is in het begin al vermeld dat niet iedereen in klanken kan spreken. Dat zou dus kunnen betekenen dat een aantal van die mensen maar wat klanken maakten zonder dat deze waren ingegeven. Dit hoeft natuurlijk niet het geval te zijn, aangezien het kan dat iedereen die daar aanwezig was mogelijk wel die gave had. Maar een belangrijk punt is daar wel gemist. Als er geen uitleg is, dan blijven het loze klanken. Over het gebruik van spreken in klanken tijdens samenkomsten zegt Paulus het volgende in vers 27 en 28:

Er mogen twee, hoogstens drie van u in klanktaal spreken, ieder op zijn beurt en bovendien met iemand die de uitleg geeft. Is er niemand die dit kan, dan moeten ze zwijgen en alleen voor zichzelf tot God spreken.

In de BGT vertaling wordt aan vers 28 nog het volgende toegevoegd:

Natuurlijk mag je thuis altijd in vreemde klanken spreken. Want dan spreek je alleen tegen God.

Samenvattend komt het op het volgende neer:

  • Klanktaal is gericht op God.
  • Niet iedereen kan het spreken.
  • Niet iedereen kan het uitleggen.
  • Spreek in het bijzijn van anderen enkel in klanken als er iemand bij is die deze kan uitleggen.
  • Ben je alleen dan ben je vrij om zoveel je wilt in klanken te spreken, God zal het begrijpen.

Wat zegt de Bijbel ons vandaag?

Waar gelovigen bijeenkomen, moeten vrouwen zwijgen. Zij mogen niet spreken, maar moeten zo nederig zijn dat aan de mannen over te laten. Dat staat trouwens ook in de wet van Mozes.

1 Korintiërs 14:34

We leven tegenwoordig in een andere tijd als waarin de Bijbel werd geschreven. Ook leven we in een andere cultuur en is de maatschappij ook flink veranderd. Dit alles moeten we mee in overweging nemen wanneer we woorden uit de bijbel lezen. We kunnen teksten niet zomaar te pas en te onpas letterlijk toepassen. De boodschap moet worden vertaald naar hedendaagse begrippen. Dit staat los van een nieuwe Bijbelvertaling waar de woorden meer hedendaags zijn. Waar ik hier op doel is het vertalen van de boodschap.

De BGT vertaling zegt onder andere het volgende: “Trouwens, overal waar groepen mensen bij elkaar zijn, moeten de vrouwen zwijgen.” Dit is in de hedendaagse maatschappij niet voor te stellen.

Dit stuk illustreert heel duidelijk dat we niet alleen de woorden, maar ook de boodschap moeten vertalen. Hiervoor kan je bijvoorbeeld naar een kerkdienst gaan, waar tijdens de preek door de voorganger de boodschap vertaald wordt naar hedendaagse begrippen, zodat we dit ook in ons leven kunnen toepassen. Termen als oogst en knecht zijn voor de meeste mensen geen relevante onderwerpen meer. In de tijd van de Bijbel waren dit echter gangbare begrippen. Evenzeer zijn termen als slaaf en meester niet meer van deze tijd (gelukkig maar). Hiermee wil ik niet zeggen dat er geen slavernij meer is, nee dat zeker niet! Maar het is niet meer dat slavernij een geaccepteerde situatie is, zoals het in die tijd wel was.

Nu ga ik een poging doen om het vers over zwijgende vrouwen te vertalen naar hedendaagse begrippen. In die tijd was het ongebruikelijk om ongehuwd te blijven, als je niet trouwde leek het als of er iets mis was, dit is iets wat vandaag de dag anders in elkaar zit. De vrouw was in die tijd ondergeschikt in aan haar man, en er werd vaak (ten onrechte!) gedacht dat ze niet slim waren. Als het dus gaat om het stuk dat vrouwen niet mogen praten in de kerk, dan wordt bedoeld dat mensen die niet weten/begrijpen waar het over gaat (ongeacht geslacht, leeftijd, afkomst of andere zaken) beter niets kunnen zeggen tijdens de dienst. En dat deze mensen dan naderhand aan hun man (of vrouw of andere familie of vrienden of de voorganger) nadere uitleg kunnen vragen, zodat hiermee de dienst zelf niet verstoord wordt.

We moeten dus alert blijven wanneer iemand met Bijbelteksten komt zonder deze te vertalen. Dat is het zelfde als een recept opnoemen zonder de hoeveelheden erbij. Dan lijkt het wat te zijn, maar stelt het uiteindelijk niet veel voor. Twijfel je over een betekenis van een Bijbeltekst, vraag dan eens rond bij je vriendenkring, of misschien ga je naar een Bijbelstudiegroep en kan je het daar vragen. Je kan ook altijd naar je voorganger (of naar een andere voorganger als je dat liever hebt) om je vraag voor te leggen. Let wel, niemand is perfect en het kan ook voorkomen dat zelfs een voorganger niet altijd het antwoord paraat heeft.

Wat je in ieder geval kan blijven doen, is regelmatig de Bijbel blijven lezen. En mocht je iets lezen dat je niet begrijpt ga dan even met een ander stuk verder en keer dan later terug. God zal je te zijner tijd het inzicht geven om de boodschap die bedoelt is uit de tekst te halen (of de mensen sturen die je hierbij kunnen helpen).

Doe geen goed voor aandacht

Denk erom dat u Gods wil niet doet om op te vallen bij de mensen. Want dan zal uw Vader in de hemel u er niet voor belonen.

Matteüs 6:1

In Matteüs 6 staan een aantal zaken genoemd. Het begint met een waarschuwing; dat je niet goed moet doen om op te vallen. Je mag goed doen, maar dan niet voor eigen roem, maar enkel tot eer van God. God die in het verborgene ziet zal je er dan voor belonen. Doe je echter alleen maar goed voor je eigen roem, dan heb je je beloning al ontvangen.

Zo gaat het om een aantal zaken waarover dit van toepassing is. Bijvoorbeeld als je geld geeft, laat dit dan aan niemand weten. Dan kan God dit belonen, hier op aarde, of anders in het hiernamaals. Ook als je bid, doe dit dan niet op de hoek van de straat of midden op een plein, maar doe dit op een plek waar je alleen bent. Dat wil overigens niet zeggen dat je niet mag bidden in het openbaar. In dit hoofdstuk staat heel duidelijk aangegeven dat de motivatie niet moet zijn om zelf op te vallen. Zolang je dus een gebed uitspreekt tot Gods eer (en niet eigen eer), mag dit bijvoorbeeld ook op een hoek van een straat zijn. Je kan door een gebed mensen bemoedigen, dan werkt dat beter wanneer je samen met die ander bid. Ook hiermee kan je dan de eer aan God brengen, je krijgt de woorden immers van de Heilige Geest. Als je niet goed weet wat je moet bidden, dan kan je altijd terug vallen op het gebed dat Jezus ons zelf heeft geleerd in Matteüs 6:9-13.

Over vasten zegt Jezus hetzelfde, doe dit enkel tot Gods eer en niet om aandacht van mensen te krijgen. Zorg dat niemand merkt dat je vast. Dan zal God je belonen. Overigens kan vasten in vele vormen, maar dat is te veel om hier kort te kunnen noemen.

Jezus waarschuwt ook om niet voor geld te leven. Zoals het hier staat: “Je kunt niet trouw zijn aan twee bazen tegelijk”. Je zal altijd het een boven het ander kiezen. Vraag daarom eens aan jezelf. Zou ik voor 1 miljoen euro mijn God in de steek laten? Zou ik voor een ander bedrag God in de steek laten? Er wordt wel eens gezegd dat iedereen een prijs heeft, zo zou dit voor christenen niet moeten zijn. Hoeveel is een plek in de hemel waard? Kunnen we die kopen met miljoenen euro’s? Nee, alles wat we hier op aarde verdienen blijft hier op aarde achter. Behalve.. alles wat we in het verborgene voor anderen hebben gedaan. Daarvoor zullen we dan in de hemel beloning mogen ontvangen.

Behalve geld zijn er ook mensen die het leven zelf boven God stellen. Bedenk maar eens: als ik moest kiezen tussen nu sterven of zonder God verder leven, wat zou je dan kiezen? Vanaf vers 25 staat een stuk dat we ons geen zorgen moeten maken; niet over eten, over drinken over kleding. Zelfs niet over ons leven. We moeten zo leven dat we elk moment klaar zijn om de Heer te ontmoeten (hetzij op aarde bij Zijn wederkomst, of in de hemel in geval van onverwachts overlijden). Zoals we kunnen lezen hoeven we ons geen zorgen te maken over ons voortbestaan. Dit heeft God immers in de hand. Wanneer onze tijd dan komt mogen we met blijdschap bij hem komen. Voor elk van ons betekent dit dat of we het nu op aarde goed of slecht hebben, het in de hemel altijd beter zal zijn. Daarom hoeven we ook niet bedroefd te zijn als we naar onze Vader mogen gaan. We hoeven ook niet bedroefd te zijn wanneer onze geliefden naar de Vader gaan. Zij zijn dan immers op een betere, mooiere plek dan wij ons hier kunnen voorstellen.

Maak u geen zorgen voor de dag van morgen. Ook morgen zal God u weer geven wat u nodig hebt. Leef dus gewoon bij de dag.

Matteüs 6:34

Vader (moeder) liefde

Maar de vader liet hem niet eens uitspreken en zei tegen de knechten: ‘Vlug! Haal de mooiste kleren die we in huis hebben en geef hem die om aan te trekken. Geef hem een ring voor zijn vinger en een paar schoenen. Slacht het kalf dat we hebben vetgemest. Wij gaan feestvieren. Want mijn jongste zoon was dood en is weer levend geworden. Ik was hem kwijt en heb hem weer terug.’

Marcus 15:22-24

Valentijnsdag is gericht op gelijkwaardige liefde tussen twee personen. Mensen die in romantische zin verbonden zijn. Over verliefdheid, en om elkaar geven. Maar naast die vorm van liefde zijn er ook nog andere vormen van liefde. Zoals liefde voor een broer of zus of voor een goede vriend of vriendin. Dat heeft dan niet direct met romantiek te maken, maar je kan toch veel om die ander geven.

Een sterkere vorm hiervan is de liefde van ouders naar hun kinderen. Je wilt niet dat je kind iets overkomt. Er zijn genoeg ouders die hun leven zouden geven om dat van hun kinderen te redden. Ik wil hier wel ook gelijk bij zeggen dat mensen niet volmaakt zijn en dat dit niet in alle gevallen ook zo zal zijn. Maar doorgaans is dit wel het geval.

Het doet voor ouders ontzettend pijn wanneer een kind wegloopt, de ouders de rug toe keert. Als een kind dan na lange tijd terug komt zullen de ouders opspringen van blijdschap. Zoals in de intro te lezen is, wordt het teruggekeerde kind met open armen ontvangen en wordt er een groot feest gevierd.

Wij waren allemaal een verloren zoon of dochter. Immers hebben we allen gezondigd (verkeerde dingen gedaan, gezegd of gedacht). Hiermee zijn we allemaal weggelopen bij God. Dit was niet wat God wilde. Hij wilde dat de mensen dicht bij Hem zouden leven. Hij wilde dit zelfs zo graag, dat Hij zijn enige zoon ervoor opgeofferd heeft, zodat wij allemaal weer als kinderen naar God mogen gaan.

Het offer van Jezus herdenken we elk jaar weer met Goede Vrijdag, waarna we zijn opstanding dan weer vieren met Pasen. Hoe mooi is het dat de lijdenstijd begint op Valentijnsdag. De ultieme daad van liefde waar we vanaf Valentijn al naar uit mogen kijken.

Wanneer je denkt dat je niks waard bent of dat je maar een onbelangrijk persoon bent, besef je dan dat je voor God de moeite was om zijn Zoon te offeren, en dat je de moeite was voor Jezus om het offer te brengen. Zo veel houd God van je, zo veel houd ook Jezus van je. Zodat je niet verloren gaat, maar uiteindelijk eeuwig bij Hem mag wonen.

Want God had de wereld (ook jou!) zo lief dat Hij zijn enige Zoon gegeven heeft, opdat iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Johannes 3:16

Een lichaam

Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde.

1 Korintiërs 12:26

In 1 Korintiërs 12:12-26 kunnen we lezen dat alle christenen samen één lichaam vormen, het lichaam van Christus. In een lichaam zijn alle delen nodig, hierbij is een voet niet belangrijker of minder belangrijk dan een oog of een hand. Een verzameling van alleen voeten kunnen we immers toch geen lichaam noemen, evenmin is het een compleet lichaam als bijvoorbeeld de voeten missen.

Belangrijk is om hier te realiseren dat elk onderdeel andere mogelijkheden en functies heeft, een oog kan niet ruiken, maar wel weer zien. Een voet kan niet horen, maar kan wel zorgen dat het lichaam zich kan verplaatsen. Zo is het ook met elke christen, allemaal kunnen we andere dingen die allemaal even onmisbaar zijn voor het lichaam.

Er zijn onderdelen die je niet aan de buitenkant ziet, maar die binnenin onmisbaar werk doen (bijvoorbeeld, het hart, maag, nieren, longen, darmen etc.) dit zijn dan bijvoorbeeld christenen die veel op de achtergrond werken. Het kan dan gaan over in alle stilte vanuit huis voor anderen bidden, activiteiten voorbereiden, anderen stilletjes helpen of de kerk schoonhouden. Daarnaast zijn er ook meer zichtbare delen van het lichaam (zoals armen, benen, ogen, oren etc.). Dit zijn dan de christenen die meer in het zicht staan. Dit kan bijvoorbeeld een muzikant in de kerk zijn, een voorganger, maar zeker ook iemand die aan groepen leiding mag geven (een zanggroep, gespreksgroep, werkgroep of welke andere soort groep dan ook).

Stel we halen een hand weg bij het lichaam. Dat zou dan zijn als een kerk waar geen voorganger is, en waar er ten tijde van de preek een lange stilte valt. Of wanneer de nieren missen, dat zou dan zijn alsof de mensen die de kerk schoonhouden er niet zouden zijn. Dan zou het huis van God in de kortste keren verstoffen. Hier kunnen we zien dat we allemaal nodig zijn, geen rol is onbelangrijk. Zelfs iemand die niet kan bewegen en niet kan spreken kan nog in stilte tot God bidden en kan ook daarmee zijn steentje bijdragen.

Net zoals een lichaam bloed nodig heeft om zuurstof naar alle lichaamsdelen te vervoeren, zo hebben christenen de Heilige Geest nodig die door hen werkt en waardoor de kracht wordt gegeven om de taak uit te voeren die ze hebben gekregen. We mogen weten dat we niet alleen een taak hebben gekregen, maar dat we daarbij ook alles mogen ontvangen wat we daarbij nodig gaan hebben. We zullen dus nooit voor onmogelijke opdrachten komen te staan. Hoe groot een obstakel ook zal lijken, God is altijd groter.

Ik wil graag afsluiten met een citaat die ik afgelopen week van een goede vriendin heb ontvangen:

Zeg niet tegen God hoe groot je problemen zijn, maar zeg tegen je problemen hoe groot je God is.

Verspil geen energie

Geef wat heilig is niet aan de honden en gooi je parels niet voor de zwijnen; die zouden ze maar met hun poten vertrappen, zich omkeren en jullie verscheuren.

Matteüs 7:6

Dit vers lijkt onsamenhangend te zijn met de andere verzen er om heen. Voor dit vers gaat het over de balk in je eigen oog (zie ook mijn bericht over oordelen) en het vers erna gaat over vragen wat je nodig hebt (zie ook bericht over vragen).

Het is een vreemd vers wat hier even tussendoor staat. Om het beter te begrijpen zal ik een aantal andere vertalingen van het zelfde vers aanhalen.

Geef wat heilig is niet aan de honden, want ze komen terug om u te verscheuren; gooi uw parels niet voor de zwijnen, want ze vertrappen die met hun poten.

Geef de dingen van God niet aan de vijanden van God. Zorg ervoor dat zij geen vat op u krijgen. Gooi geen parels voor de zwijnen. Zij zullen de parels vertrappen, zich omdraaien en u aanvallen.

Vertel het goede nieuws niet aan mensen die niets met God te maken willen hebben. Je geeft varkens toch ook geen parels te eten? Nee, de varkens zouden die parels dan kapottrappen, en zich dan omdraaien en jou opvreten.

Er wordt in dit vers volop beeldspraak gebruikt. Maar door de verschillende vertalingen is wel een duidelijke lijn zichtbaar. Dat wat heilig is (volgens 2 vertalingen), is het zelfde als dingen van God en het goede nieuws. De honden en zwijnen/varkens zijn dan de vijanden van God en mensen die niets met God te maken willen hebben. Het verscheuren/aanvallen/opvreten kan gezien worden als de ondergang van een christen, het kwijt raken van geloof. Wat verteld dit ons concreet? Hoe kunnen wij dit in het dagelijks leven toepassen?

Laten we beginnen met de constatering dat niet wij, maar enkel God de harten van mensen kan openen. Als we iemand op ons pad tegen komen die niets met God te maken wil hebben, dan moeten we niet onze tijd en energie niet stoppen in het proberen te overtuigen van die ander. We hoeven die persoon niet te mijden, maar we kunnen dan beter wel het geloof als onderwerp mijden, anders lopen we gevaar dat we zelf mee gaan en ons geloof verliezen. Maar hoe zit het dan met mensen in onze omgeving (familie, collega’s vrienden, kennissen) die we juist wel hierover willen vertellen? In dat geval mogen we aan God vragen om hun harten te openen. Meer dan dat kunnen wij niet doen. En wanneer God dan harten heeft geopend, dan mag je hier de boodschap delen. Dat is het moment dat je hen kan ondersteunen en uitleg kan geven. Ze mogen dan delen in het goede nieuws, de dingen van God, dat wat heilig is. En dan zullen zij gered worden.

Vermijd bij mensen, van wie het hart nog gesloten is/blijft, het onderwerp geloof. Indien dit onderwerp onvermijdelijk is, vraag dan aan de Heer om je heen te blijven en de kwade invloed te weren. Andere onderwerpen kan je zonder problemen met die mensen bespreken, blijf echter alert dat niet niet mee gaat in een goddeloze belevingswereld. Bespaar je de energie om mensen te overtuigen die niet willen horen, die energie die je daar zou gebruiken kan beter anders worden besteed.

Een belangrijk punt hier is dat we niet mensen moeten gaan mijden. Het zijn immers juist de zieken die een doktor nodig hebben, zo zijn het ook juist de ongelovigen die redding nodig hebben. Echter het heeft geen nut om te preken tegen een dichte deur. Houd daarom positief contact met die mensen. Wie geen oren heeft voor de woorden van God kan dan in ieder geval aan onze daden zien dat we anders zijn dan anderen in zijn omgeving. Leef dus het voorbeeld, en sta open voor gesprekken. Als je merkt dat de ander ook open staat, dan mag je getuigen, en dan zal je de juiste woorden ingegeven krijgen. Dit kan soms ook betekenen dat het even stil blijft of dat je er wat halve zinnen uit gooit. Geef hierin de Geest de ruimte om de woorden te spreken die de ander kunnen raken.

Houd positief contact, vraag aan God om hun harten te openen. Wanneer de harten open gaan, getuig dan van de boodschap, dan zullen ook zij gered worden.