Slechts één beloning

Hij antwoordde: ‘Vriend, ik heb u toch niet tekort gedaan! Hadden we niet afgesproken dat u voor een dagloon bij mij zou komen werken?’

Matteüs 20:9

In Matteüs 20:1-16 staat het verhaal van eigenaar van een wijngaard die mensen inhuurt om te werken bij hem. Met de eerste mensen die in de ochtend beginnen maakt hij de afspraak dat ze een dagloon ontvangen voor het werk. Later huurt hij nog meer mensen in en beloofd hen een eerlijk/redelijk loon. Zo gaat dat een aantal keer op de dag. Zelfs vlak voor het einde van de dag huurt hij nieuwe mensen in en beloofd eerlijk loon. Aan het einde van de dag wordt er dan uitbetaald. De eigenaar begint met de mensen die het laatst kwamen en geeft ieder een volledig dagloon. Toen hij bij de laatste groep kwam (die vanaf vroeg in de ochtend al aan het werk waren), hadden die mensen meer verwacht aangezien zij langer hadden gewerkt. Echter kregen zij ook een dagloon uitbetaald. Hierop zeiden ze dat het oneerlijk was, dat zij net zoveel kregen als de anderen die maar heel kort hadden meegewerkt. Hierop kwam het antwoord van de eigenaar, zoals boven in dit bericht staat vermeld. Eerlijk is eerlijk, een dagloon was afgesproken. En de eigenaar mag verder tegen de andere werkers vrijgevig zijn als hij dat wil.

Ik zou de wijngaard willen vergelijken met het koninkrijk van God. Er zijn mensen die al hun hele leven geloven en uiteindelijk veel hebben gedaan in het koninkrijk. Maar er zijn ook mensen die pas vlak voor het einde bekeren. Voor al die mensen of ze lang of kort christen zijn geldt slechts een beloning: eeuwig leven. Eenmaal daar zijn er geen mensen die beter of belangrijker zijn dan anderen. Dan maakt het niet uit of je 90 jaar of vijf minuten God hebt gediend op aarde.

Hoe vaak zien we niet dat we ons betrappen op onszelf vergelijken met anderen. Wie geloofd heeft de belofte van God op eeuwig leven. Daar komt niet bij dat we eerst nog een bepaalde hoeveelheid werk voor Hem moeten hebben gedaan. Ook de christenen die al jaren actief zijn in Gods koninkrijk hebben niet recht op meer genade, het is geen eigen verdienste. Er is slechts één beloning, en de prijs daarvan is al lang geleden betaald, door Jezus’ bloed.

Moeten we dan maar wachten tot het laatste moment om ons te bekeren? En tot die tijd maar lekker losbandig te leven? Nee, zeker niet! De beloning is voor ieder hetzelfde. Maar hoe we de tijd hier doorbrengen verschilt enorm.

Hoe kan jij hier al het verschil zien tussen een christen en iemand die Jezus nog niet kent? De een maakt zich geen zorgen, is altijd vriendelijk en blij; omdat die elke dag kracht mag ontvangen. De ander maakt zich zorgen, voelt druk, wordt gefrustreerd; omdat die op eigen kracht probeert te leven. Zo ken ik christenen die een zwaar leven hebben, maar die er niet onder gebukt gaan. Ik bewonder altijd diegenen die in de moeilijke tijden God blijven prijzen. Op dezelfde manier ken ik ook mensen die Jezus nog niet kennen, en bij wie alles voor de wind lijkt te gaan, maar die toch geen rust kunnen vinden. Want het moet altijd meer, beter, duurder, luxer. Dan kun je beter een zwaarder leven hebben en bij God rust en blijdschap vinden, dan een volle bankrekening hebben en een hoofd vol zorgen en drukte.

Terugkomend op het onderwerp; het is waar, er is later slechts één beloning, voor iedereen gelijk. Maar hoe meer we hier op aarde al deel zijn van Gods koninkrijk, hoe meer we hier al mogen voorproeven van wat straks op ons wacht.

Vrede vinden

Maak u nergens zorgen over, maar bid voor alles. Vertel God al uw problemen en verlangens en vergeet vooral niet Hem te danken voor alles wat Hij doet.

Filipenzen 4:6

Maak je je wel eens zorgen? Is dat nodig? In verschillende plekken staat in de Bijbel dat we ons geen zorgen hoeven maken, waaronder in het bovenstaande vers. Toch is er iets bij ons mensen waardoor we ons zorgen blijven maken. We groeien op met eigen verantwoordelijkheid; oorzaak en gevolg. Dan is het moeilijk om juist los te laten en om de leiding over te geven.

Maakt een gewone werknemer zicht druk over de koers van het bedrijf waar hij werkt? Doet een werknemer niet ook wat de baas vraagt zonder te hoeven weten waarom? Er zijn natuurlijk uitzonderingen, maar in de meeste gevallen houd een gewone werknemer zich niet bezig met het grotere plaatje (dat is dan aan het management). Zo zouden ook wij moeten leven, vertrouwende op God die ons de juiste kant op zal sturen. En als Hij ons vraagt iets te doen, mogen we er op vertrouwen dat het zijn doel zal hebben, al zien we dat zelf misschien niet. De vergelijking gaat misschien niet helemaal op, want bedrijven zijn vaak genoeg naar de ondergang geholpen door verkeerde keuzes van het bestuur. Maar het verschil is dat God zonder gebreken is, Hij maakt geen vergissingen die het bedrijf ten gronde kunnen richten. Aan wie kunnen we ons leven dus beter toevertrouwen dan aan Hem? Als we zelfs kunnen doen wat onze baas ons vraagt, dan kunnen we toch zeker ook wel doen wat God van ons vraagt? Wat vraagt God dan van ons? Dat verschilt, Hij kan aan de ene persoon vragen om iets te zeggen en een ander om iets te doen. Naast specifieke vragen die we krijgen geldt er ook een algemeen deel, zie dat als algemene arbeidsvoorwaarden in een contract, die gelden ook buiten afzonderlijke vragen van de baas. Een voorbeeld van een algemene deel van Gods leiding is doen wat in het vers bovenaan dit bericht staat. Waarbij het wellicht het lastigste zal zijn om de zorgen los te laten en volledig te vertrouwen op God.

Als we dus geen zorgen moeten maken, wat moeten we dan? Daar staat een mooi stuk over in de 2 verzen voor het eerder genoemde vers; Filipenzen 4:4-5:

Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg het nog eens: Wees altijd blij. Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn. En bedenk: de Heer is dicht bij ons.

We mogen dus blij zijn en om onze vriendelijkheid bekend staan. Mogen we dan nooit verdrietig zijn? Natuurlijk wel! Maar we moeten er niet in blijven hangen. We hoeven geen bedroefd leven te leiden. Maar mogen elke dag blijdschap ontvangen. Ook de vriendelijkheid moeten we niet vergeten. Dit kan ook weer samen gaan met blijdschap. Voelt het niet ontzettend goed (wordt je er niet blij van) wanneer je iets voor een ander hebt kunnen doen? Elke daad uit die uit vriendelijkheid (niet uit eigenbelang dus) wordt gedaan wordt omgezet in blijdschap. Mocht je dus de blijdschap niet zo ervaren in je leven, werk dan aan de vriendelijkheid, dan krijg je er blijdschap gratis bij.

Samenvattend: we hebben dus vriendelijkheid die leidt tot blijdschap; we weten dat we ons geen zorgen hoeven maken, want de Heer zorgt voor ons; we mogen alles aan Hem vertellen en Hem danken voor alles wat Hij doet. Maar de titel van dit bericht is Vrede vinden, hoe zit het dan daarmee?

Dit komt terug in vers 7 van Filipenzen 4. Nadat je al het bovenstaande hebt ervaren:

Dan zal God zijn vrede aan jullie geven. Dat is een vrede die geen mens ooit gekend heeft. Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen al het kwaad. Want jullie horen bij Jezus Christus.

Verhoring van gebed

Vraag en u zult krijgen, zoek en u zult vinden, klop en er zal worden opengedaan.

Matteüs 7:7

Als we vragen, zullen we krijgen staat hier. Maar hoe kan het dan dat we soms niet lijken te krijgen wat we hebben gevraagd?

Voor God is het mogelijk om ons in één klap te geven wat we vragen. Zo vroeg Simson nog één keer om zijn kracht en hij ontving die direct (Rechters 16:28). Hoe zit het dan met de dingen die wij vragen? Waarom lijken wij die dan niet te krijgen.

Ik zal een voorbeeld geven van wat ik zelf het meegemaakt. Ik vroeg de Heer om meer geduld. En wat kreeg ik? Ik kreeg: files, mensen die langzaam voor mij reden (onder de maximum snelheid), inhalende vrachtwagens op een tweebaanssnelweg waar ik 130 zou mogen (als het had gekund), trein net missen, tram voor mijn neus zien wegrijden enz. In het begin was ik nog wel eens aan het ergeren wanneer zo iets gebeurde, maar op een gegeven moment ging ik het inzien: dit waren allemaal situaties om geduld te beoefenen. God gaf mij niet in één klap waar ik om vroeg, maar hij gaf mij situaties om aan geduld te werken. Ook nu nog heb ik deze situaties, maar in plaats van boos te worden zeg ik dan tegen mezelf: “Geduld, Andreas, geduld“, en kom ik tot rust. Zo heb ik boosheid kunnen vervangen door rust, en als bonus werkt het ook aan het groeien van mijn geduld, win-win!

Zo kan God moeilijkheden geven, aan wie om kracht vraagt, om op die manier kracht op te bouwen. En lastige problemen aan hen, die om wijsheid hebben gevraagd. Kansen voor wie om succes vragen. Een vreemde die een gesprek aanknoopt voor wie om een oplossing voor eenzaamheid vraagt.

We zouden allemaal wel in één klap rijk willen worden door een loterij te winnen, echter is de praktijk dat dit voor de meeste van ons nooit gaat gebeuren. Daarom kunnen we beter werken (als dat mogelijk is) voor ons geld, dan te blijven hopen op het winnende lot. Dit is te vergelijken met verhoring van gebed, soms verhoord God direct in wonderbaarlijke wijze, maar meestal krijgen we de middelen die we nodig hebben om dat te bereiken waar we om vragen.

Als we terug kijken naar de tekst uit Matteüs dan staat daar niet: “Vraag en u zult misschien krijgen” of “Vraag en u zult waarschijnlijk krijgen”. Nee, er staat: “u zult krijgen”. Een zekerheid dat wie vraagt, zal ontvangen, misschien niet altijd direct of op wonderlijke wijze; maar ontvangen, dat zeker!

Ja, ieder die vraagt, zal krijgen, en wie zoekt, zal vinden, en voor wie aanklopt, zal worden opengedaan.

Matteüs 7:8

Heb ik dit verdiend?

Hans rent door de straat. Nog 100 meter en dan rechts het hoekje om. Soms springt hij naar links of recht, andere mensen ontwijkend. Hij kijkt af en toe nog snel naar zijn horloge. Gaat hij het nog halen? Hijgend gaat hij dan de hoek om, en ja hoor, zal je altijd net zien. Er staat al een parkeerwachter bij zijn auto te wachten. Teleurgesteld sjokt Hans het laatste stukje naar zijn auto toe. Daar zal wel een mooie boete uit komen, denk hij al. Bij zijn auto aangekomen, nog helemaal bezweet van het rennen, wordt hij aangesproken door de parkeerwachter. “Vijf minuten te laat, meneer.” Hans weet dat de parkeerwachter gelijk heeft en geeft geen antwoord, hij wendt zijn blik af en kijkt omlaag. De parkeerwacht glimlacht en zegt: “over 5 minuten houdt mijn dienst op, zullen we het op een waarschuwing houden? Dan bespaart u zich een boete en ik bespaar wat papierwerk.” Hans bloeit helemaal op bij die woorden, hij schud ijverig de hand van de parkeerwachter en bedankt hem uitvoerig. Daar komt hij toch mooi van af zo.

Nu zullen zeker niet alle parkeerwachters zo vriendelijk zijn om iemand in overtreding zo makkelijk te ontzien. In dit geval is het een fictief voorbeeld, maar het illustreert wel mooi wat we tegen kunnen komen. Onverdiend en onterecht kunnen goed dingen op ons pad komen. Geluk of toeval zouden anderen dat noemen. Maar dat zou het te kort doen.

Hebben wij niet door onze zonden, onze overtredingen straf verdiend? Als het om gerechtigheid gaat staan we er niet al te best voor. God is geen God van onrecht, maar hij is ook niet een God die zijn volgelingen/kinderen in de steek laat. Als we kijken naar Exodus 17:8-13 daar lezen we dat het volk van Israël werd aangevallen door de Amalekieten. Een strijd die ze zouden verliezen als het er “eerlijk” aan toe zou gaan. Maar Mozes strekt zijn handen omhoog naar boven, en daarmee wint het volk van Israël de strijd toch. Was dat eerlijk/rechtvaardig? Het andere leger was sterker en had de overwinning verdient toch? Maar aan de andere kant, had het volk van Israël een verlies verdient? Nee, dat ook niet. Het volk van Israël werd hier geholpen door God.

Op dezelfde manier helpt God vandaag ook nog. Misschien niet altijd op een groot slagveld, maar ook met kleine dingen. Zoals een boete die verdient is maar toch niet door gaat. Of een hoge beoordeling terwijl we denken dat we dit niet verdient hebben. Of een kans om ergens deel te mogen nemen terwijl we niet aan de criteria voldoen. Diep van binnen weten we dan wel dat we dit eigenlijk niet verdient hebben, we denken dan al snel: “Waarom juist ik?”. Zo kunnen we het moeilijk hebben met de goede dingen die ons overkomen.

Maar daarop kan ik slechts 1 weerwoord geven: wie van ons heeft het verdiend om naar de hemel te gaan? Dat we tot God mogen komen als ons iets dwars zit? Dit is geen eigen verdienste, dat is genade. Zo zoals we dit door genade krijgen zo krijgen we elke nog meer uit genade. Misschien niet allemaal op het moment dat we het graag willen, maar juist op die momenten dat we het nodig hebben. Ik geloof niet in geluk of toeval, ik geloof wel dat God ons wil en kan zegenen en daarvoor zaken kan aansturen. Zo kunnen we dus een hogere beoordeling krijgen dan we hadden verwacht, of blijkt dat we onverwacht geld terug krijgen of geld overhouden. Het kan ook in vorm van een compliment zijn dat we krijgen of een persoon die we ontmoeten.

Door Jezus hebben we ons leven al gekregen, waarom de kleine dingen dan niet ook aannemen?

Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.

Matteüs 6:33

Is mijn geloof groot genoeg?

Wat is een groot geloof? Is er wel zoiets als een groot of klein geloof? Ik zou geloof willen vergelijken met zwangerschap. Voor elke vrouw kan op elk moment worden gesteld dat ze wel of niet zwanger is, er is geen half zwanger of beetje zwanger. De ene zwangere vrouw is niet meer of minder zwanger dan de andere. Zo zit het ook met geloof, je kan niet een te klein geloof hebben voor bijvoorbeeld genezing of andere gebedsverhoring. Je gelooft of je gelooft niet. Zoals het ook in de Bijbel staat: wie niet voor Mij is, is tegen Mij.

Hoe komt het dan dat niet altijd gebed wordt verhoord? Hoe komt het dat soms wel genezing wordt gegeven en soms niet. Er zijn mensen die dan beweren dat het geloof te klein is of dat nog niet hard genoeg wordt gebeden. Dat zijn echter onzin-argumenten. Zoals in begin is uitgelegd, is er geen te klein geloof. En wat hard bidden betreft, een gebed kan al voldoende zijn. Echter is er nog een andere factor die zwaarder weegt dan welke andere factor ook.

Wat is die factor dan? Laten we even terug gaan naar de tijd dat Jezus zelf tot de Vader bad. Als Zoon van God kan immers niemand twijfelen aan zijn geloof of dat zijn gebed niet voldoende zou zijn. Maar toch is ook van Jezus een gebed niet verhoord. Zelfs na hetzelfde herhaaldelijk te bidden. In Getsemane bad Jezus tot drie keer toe of de beker aan hem voorbij mocht gaan. Maar daarnaast zei Jezus nog iets: Dat niet mijn wil, maar Uw wil geschiedde. En dat is de belangrijkste factor in gebed.

Wij kunnen elke dag bidden om de lotto te winnen of om genezing, en verhoring hiervan is mogelijk, maar enkel als het ook Gods wil is. Of zoals ik het liever verwoord, als het past in Zijn plan. In sommige gevallen past het in Gods plan om een wonderbaarlijke genezing te laten zien om Zijn macht te demonstreren. Soms past het in Gods plan om te laten zien hoe mensen kracht kunnen ontvangen om door moeilijke situaties heen te gaan. Dat wil dus zeggen dat er wel lijden en pijn kan zijn, maar dat de moed niet verloren wordt. Immers zal God ons nooit meer te voortduren geven dat we aankunnen. En mocht onze tijd gekomen zijn, dan mogen we weten dat onze taak op aarde er op zit en dat we mogen aanschuiven in het grote hemelse feest. Maar zolang we hier nog op aarde zijn, zolang we nog adem in onze longen hebben en ons hart nog klopt, zolang is ons werk hier nog niet klaar. Daarom zullen we elke dag de kracht ontvangen die we nodig hebben om met alle omstandigheden, die op ons pad komen, om te gaan.

Fundament

Een wijs man bouwde zijn huis op een rots, een dwaas man bouwde zijn huis op het zand. De regen daalde neer en de vloed kwam op en het huis op het zand stortte in.

In een kinderliedje wordt de samenvatting gegeven van het verhaal over de man die bouwde op een stevig fundament en de man die zonder fundament bouwde. De afloop is niet verrassend, dat het huis zonder fundament minder stevig staat zal iedereen kunnen begrijpen.

Maar wat is dat fundament in praktische zin? Waaruit bestaat dat? Ik dacht dat hiermee bedoeld werd, het aannemen van Jezus als Redder, met Jezus als fundament sta je stevig. Maar dit staat als volgt beschreven in de Bijbel in de woorden van Jezus zelf:

Waarom noemt u mij steeds: Heer, Heer, maar doet u niet wat ik zeg? Iemand die naar mij toekomt, mij hoort en doet wat ik zeg, weet u op wie zo iemand lijkt?

Maar iemand die mij hoort en niet doet wat ik zeg lijkt op een man die een huis zomaar op de grond heeft (…)

Lucas 6:46-47, 49a

Het gaat hier dus niet om het horen naar Jezus, maar om het doen wat Hij van ons vraagt. Wie Jezus Heer noemt, maar niet doet wat Jezus zegt mist het fundament. Net zoals in de gelijkenis moet de wijze man hard werken om zijn fundament te bouwen voor hij met het huis begint. Zo krijgen ook mensen niet dat fundament zonder ervoor de handelen, met alleen luisteren en niet doen bouwen we zonder fundament en zal ons bouwwerk bij de eerste tegenstand instorten.

Vlak voor dit stuk in Lucas staat dat je een boom kunt herkennen aan de vruchten. Iemand die goed zegt te zijn, maar slecht handelt zal niet een goede indruk wekken. Daarentegen iemand die bescheiden is en zichtzelf niet zo geweldig vind, maar die goede daden verricht, die zal door anderen als goed mens worden erkent.

Woorden zijn vaak makkelijk uitgesproken, maar de daden, dat is wat het fundament van geloof zou moeten zijn. Luisteren naar Jezus en doen wat Hij vraagt.

Ben ik (nog) bruikbaar?

Er zijn zoveel mensen beter/slimmer/sterker/rijker/sneller dan ik, wat kan ik nou voor verschil maken?

God heeft een plan met elk van ons. Voor de uitvoer daarvan geeft Hij ons wat we daarvoor nodig hebben. Ons werk op aarde zit er pas op wanneer we naar Hem toegaan en het aardse achter ons laten.

Wees dus bewust dat je geen grotere taak krijgt en niet meer te voortduren dan wat je aan kan. Wie veel zorgen heeft, krijgt ook veel kracht. Wie weinig kracht heeft krijgt een kleinere opdracht. Maar alles bij elkaar is elk stukje belangrijk. Denk maar aan een uurwerk, als daar een klein tandwiel mist, gaat er toch iets mis. Alle onderdelen zijn nodig, zowel de kleine als de grote.

Het is belangrijk dat we niet kijken naar wat we niet hebben ontvangen (daar hebben we vaak al een lijstje van paraat liggen), maar dat je juist kijken naar wat we nog wel kunnen doen.

Een levend voorbeeld hiervan is Nick Vujicic. Hij is geboren zonder armen of benen. En toch heeft hij miljoenen mensen weten te bereiken, niet door bij de pakken neer te zetten, maar door aan de slag te gaan met wat hij wel heeft. Zo heeft hij over de jaren meerdere boeken geschreven, waarbij zijn laatste boek een bijzondere naam draagt: “Be the hands and feet” (ben de handen en voeten). Waarmee wordt bedoeld dat wij hier op aarde de handen en voeten van God mogen zijn. Wij mogen anderen zegenen in Zijn naam, wij mogen genezende handen opleggen, wij mogen de verdrukte ondersteunen, de hongerige voeden. Als zelfs een man zonder armen of benen de handen en voeten van God kan zijn, hoeveel te meer kunnen mensen die wel armen en benen hebben dan betekenen in Gods plan?

Als je denkt: ik ben al oud, en ik kan niet meer zo goed lopen, wat kan ik nou betekenen. Laat ik hier dan vrij direct zijn. Elke dag dat je weer wakker wordt is je tijd hier nog niet voorbij, en dat betekend dat er nog wat voor je te doen is. Het hoeft niet altijd fysiek te zijn. Iemand die verlamd is kan nog in stilte bidden voor anderen en zo nog bijdragen. Iemand die nog kan praten, kan getuigen en delen van de rijkdom van het leven met God. Wie nog kan lopen kan er op uit trekken om anderen om zich heen te ondersteunen en te bemoedigen. Wie sterk is kan anderen helpen bij het uitvoeren van zware taken. Wie geld over houd kan hieruit delen naar mensen die het minder hebben. Wie genoeg eten heeft kan hiervan delen naar zij die honger hebben.

Zal God ons een taak geven die niet bij ons past? Zal hij iemand die niet zo van mensen houd gebruiken om te evangeliseren? Nee, God geeft ons passende taken, iemand die goed kan praten en graag contact met nieuwe mensen maakt, zal eerder als evangelist mogen optreden. Wie niet zo goed met mensen kan omgaan zal dan eerder een taak krijgen waarbij geen direct contact met mensen nodig is. Mozes was ook geen grote prater, daarin voorzag God van een ander die dat wel was. Geef echter niet te snel op, als we kijken naar Paulus en de verandering die hij heeft meegemaakt, dit laat duidelijk zien dat God ons kan veranderen. Dit doet hij door onze uitrusting aan te passen. Paulus was voor zijn bekering ook veel aan het reizen (maar dan om christenen te vervolgen) dit is hij ook na zijn bekering blijven doen, maar dan met een ander doel. Zo heeft God gebruik gemaakt van wat bij Paulus paste en heeft hij hier een passende invullen bij gegeven. Op dezelfde manier geeft God ons taken die bij ons passen. God maakt ons ook duidelijk wat het is wat we moeten doen, niet altijd even helder, maar Hij communiceert wel. Soms direct in woorden, maar vaker indirect, via anderen, via tekens of via gevoelens die in ons naar boven komen. Hij enige wat wij moeten doen is luisteren naar de tekens en hiernaar handelen.

Het enige wat het kwaad nodig heeft om te zegevieren is dat goede mensen niets doen. Blijf dus bezig voor God, dan zijn we zeker van de overwinning. Weet dat je goed bent uitgerust voor wat je moet doen, weet je (nog) niet wat precies, luister (en kijk) dan goed en zoek bevestiging.

Lijden

Maar wat voor lijden wij hier ook doormaken, het valt in het niet bij de schitterende heerlijkheid, die God ons straks zal laten zien.

Romeinen 8:18

In de wereld komt lijden en pijn voor. Dit geldt voor christenen net als voor niet-christenen. De hele schepping valt nu onder de macht van dood en verval. Maar er is hoop! De schepping zal bevrijd worden uit de macht van dood en verval. Maar die tijd is nu nog niet gekomen. We zullen voor nu dus moeten omgaan met het lijden dat op ons pad komt.

Maar staan we hier alleen voor? Zeker niet! In Romeinen 8:26 zegt het als volgt:

De heilige Geest steunt ons als we het moeilijk hebben. Wij weten niet welke bedoeling God heeft met ons lijden. En we weten daarom niet wat we moeten bidden. Maar de heilige Geest zelf bidt voor ons, beter dan een mens het ooit zou kunnen. Zo smeekt hij God om ons te helpen.

In Romeinen 8 staat nog meer wat de heilige Geest voor ons kan doen. Ik kan zeker aanraden om dit eens te lezen.

Terugkomend op het lijden. Wij weten dus niet wat de bedoeling van het lijden is. Het kan zijn dat we met die ervaring anderen later weer kunnen bemoedigen, of dat we hierdoor mensen ontmoeten die anders niet op ons pad waren gekomen. Vaak zien we pas achteraf wat de bedoeling was. Maar ja, daar heb je niet veel aan als je op dat moment in de put zit of moet lijden. Daarom is het de Geest die voor ons bidt, hij kent namelijk wel de bedoelingen en kan dit bij God brengen, zodat het lijden niet erger wordt dan wat nodig is voor het plan wat er achter zit.

Belangrijk is dat we in ons lijden Jezus voor ogen houden. Dit staat als volgt in Romeinen 8:35

Wat kan ons ooit van de liefde van Christus scheiden? Onderdrukking? Nood? Vervolging? Honger? Ontbering? Gevaar? De dood?

Niets wat we op aarde te voortduren krijgen kan ons scheiden van de liefde van Jezus. Zelfs de dood niet. Wij mogen weten dat ook met lijden dat we meemaken dit bruikbaar is voor God. Hij maakt recht wat krom is. En van slechte omstandigheden maakt hij goede omstandigheden.

Eén ding weten wij: voor wie Hem liefhebben laat God alles meewerken voor hun bestwil, want Hij heeft een plan met hen.

Romeinen 8:28

Genade

Er is geen verschil meer tussen de een en de ander: alle mensen hebben gezondigd en moeten het stellen zonder Gods heerlijke aanwezigheid.

Romeinen 3:22b-23

Als we de openingstekst zo lezen lijkt het alsof er geen hoop voor ons is om in Gods nabijheid te kunnen komen. Echter, het vers dat hierop volgt begint met “Maar”:

Maar God is zo goed en vergevend hen weer aan te nemen (zonder dat het hun iets kost en zonder dat zij het hebben verdiend) omdat Jezus Christus hen uit de greep van de zonde heeft bevrijd.

Ieder mens heeft gezondigd, niemand kan uit eigen kracht tot God komen. Geen mens is beter dan de andere. Allemaal hebben we de straf verdiend. Maar zij die geloven in Jezus mogen hierdoor gerechtvaardigd worden, hierdoor kan iedereen die wil weer bij God komen.

Wil dat zeggen dat we dan zomaar onze gang kunnen gaan? Hoe meer we fout doen, hoe groter de vergeving en hoe meer we de goedheid van God laten zien? Nee, zo werkt het even niet. In Romeinen 2 staat namelijk ook dat het niet gaat of iemand wel of niet besneden is (lichamelijk kenmerk) of dat iemand een Jood is of niet (dit is op basis van geboorte immers al bepaald), nee het gaat er juist om, om wat we doen en geloven. Alleen wie vertrouwt op God en in Jezus geloofd kan bij Hem komen.

Vertrouwen wij God als wij de andere kant op gaan als die Hij ons wijst? Vertrouwde Jona op God door de verkeerde kant op te gaan? Wie op God vertrouwd mag stoutmoedig zijn en doen wat God vraagt. De wereld leert ons om op de achtergrond te blijven (doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg), maar God vraagt ons soms ook juist om naar voren te stappen, om niet toe te kijken maar in te grijpen. Dit ingrijpen zal niet altijd zonder gevaar zijn. Wie zou er opkomen voor iemand die door een groep belaagd wordt? Dat vraagt moed, en kan betekenen dat je zelf waarschijnlijk ook er van langs zal krijgen. Voor wie meer wil weten over vertrouwen raad ik aan om eens Daniel te lezen. Hij en zijn vrienden vertrouwden zoveel op God dat ze in een brandende oven werden gegooid, en Daniel zelf in een kuil met leeuwen werd gestopt. Maar toch kwamen ze allemaal er zonder kleerscheuren uit.

Zo mogen ook wij op God vertrouwen en Jezus als Redder aannemen. Niets anders dan dat kan ons redden.

Klopt het wat ik lees?

Verder zei Hij (Jezus) ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’

Marcus 9:1

Afgelopen week kwam bij mij de tekst Marcus 8:36 naar boven:

Wat heeft een mens eraan als hij de hele wereld wint, maar er het leven bij inschiet?

Hierbij kijk ik dan altijd ook naar de verzen er om heen om de juiste context te krijgen (in verschillende vertalingen). Wat bij opviel is dat bij het stuk Marcus 8:34-38 vaak het eerste vers van Marcus 9 er nog bij wordt gezet. Waarbij het volgende hoofdstuk dus pas bij vers 2 lijkt te beginnen. Dit komt terug in de opmaak, bijvoorbeeld in de Jongerenbijbel en in de Bijbel in gewone taal staat er een duidelijke scheiding tussen vers 1 en vers 2 van hoofdstuk 9.

Nu geloof ik als christen dat wat in de Bijbel staat waar is. Maar ik had even moeite met vers 1 van Marcus 9. Zoals ik het zag waren er 3 opties:

  1. Er waren nog mensen in leven (al ruim 2000 jaar oud) die deze woorden van Jezus nog hebben gehoord.
  2. Het koninkrijk van God is al stilletjes gekomen.
  3. Misschien is niet helemaal waar wat hier staat?

Geen van bovenstaande opties gaf mij een goede verklaring. Daarop deed ik wat verstandige mensen (ik hoop mijzelf te kunnen rekenen in die categorie) doorgaans doen als ze vastlopen: hulp zoeken. Ik heb hierop even mijn (aardse) vader gebeld (hij is een gepensioneerde voorganger/officier van het Leger des Heils). Er bleek namelijk nog een vierde optie te zijn die ik zelf nog niet had gezien. Er is namelijk een detail wat we snel over het hoofd zien, mede vanwege de opmaak/indeling in bepaalde vertalingen. Vers 1 van hoofdstuk 9 gaat namelijk niet over hoofdstuk 8, maar over hoofdstuk 9 (klinkt als een open deur, toch?).

In hoofdstuk 9 staat beschreven hoe Petrus, Jakobus en Johannes samen met Jezus een hoge berg op gaan en daar getuige zijn van een ontmoeting van Jezus met Mozes en Elia. Dit is waar het eerste vers op duidt. Deze drie volgelingen mochten het koninkrijk van God al aanschouwen nog voor dat Jezus terugkeerde naar de hemel. Waarmee al is uitgekomen wat ik het eerste vers is genoemd.

Voor vandaag daarom concreet 2 dingen:

  • Denk na bij wat je leest, soms lijken dingen tegenstrijdig of onwaar.
  • Als je vast loopt, vraag hulp. Het is geen schande om te leren van anderen.